Wedstrijdreglement open vizier

Wedstrijdreglement open vizier

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres

1.    Wedstrijdreglement open vizier

 

Artikel 1.               Wedstrijden.

De wedstrijden worden gehouden volgens het competitierooster, staande met een luchtgeweer kaliber 4.5 mm. De richtmiddelen moeten keep en korrel zijn, waarop een beschermer is toegestaan. Elk type geweer, aangedreven door gecomprimeerde lucht of gas conform de specificaties van de maattabel (zie bijlage) zijn toegestaan.

 De schietafstand bedraagt 9 meter en wordt gemeten van de kaart tot de z.g. afstandslijn.

 

Artikel 1a.        Munitie.

a) Alleen toegestaan zijn kogeltjes met een kaliber van 4,5 mm., die vervaardigd zijn uit een homogene stof, waarvan het hoofdbestanddeel bestaat uit lood.

b) De kogeltjes moeten van het z.g. “diabolo”-model zijn en dienen een platte voorzijde te hebben.

 

Artikel 1b.

Er wordt geschoten op de Streekbondenkaart (S.B.K.) met zes visuelen, de telling loopt van  8 t/m 12. Het schot moet door de lijn zijn. Het visueel gekenmerkt “proef” moet  linksboven worden geplaatst. Op het visueel gekenmerkt “proef” moet eerst één schot gelost worden. Vervolgens de overige visuelen schieten van linksboven  naar rechtsboven, vervolgens van linksonder naar rechtsonder (Z-vorm). Een kaart mag dus maximaal 6 schoten bevatten.

De S.B.K.-kaarten zoals gebruikt voor alle wedstrijden of schietconcoursen, dienen van de W.S.B. te worden betrokken.

 

Artikel 1b1.

Elk op de kaart zichtbaar schot wordt geteld als gericht schot. Valt een (proef)schot in een andere dan de daarvoor bestemde roos, dan moet dit onmiddellijk worden gemeld. Het schot wordt dan door de wedstrijdleider gemarkeerd.

Zowel de eerste als de tweede kaart moeten 6 schoten bevatten. Voor te veel of te weinig schoten op iedere kaart, wordt een evenredig aantal poedels genoteerd.

Een roos die meer dan 1 schot bevat, mits niet aangetekend,  is ongeldig en wordt als poedel genoteerd. Indien echter de telroos, volgende op of voorafgaande aan de roos met meer dan 1 schot, geen schot bevat en het aantal schoten op de kaart klopt dan wordt, om de schutter niet nog meer te duperen, van de roos met de 2 schoten het hoogste in  punten genoteerd.

 

Artikel 1c1

Een schot dat de kaart niet raakt moet direct worden overgeschoten. Indien een visueel wordt overgeslagen dan wordt deze met nul punten gewaardeerd en als wél geschoten beschouwd. Indien het proefschot wordt overgeslagen, dan wordt het laagste telschot met 0 punten gewaardeerd.

 

Artikel 2.                    Kaartafstand.

Het middelpunt van de kaart 150 cm met een tolerantie van +5 cm/ -10 cm boven de begane grond ten op zichte van het schietpunt-oppervlak van de schutter, gevat in een klem. De afstand tussen naast elkaar gelegen schuttersstandplaatsen moet, hart op hart gemeten, minimaal 70 cm zijn.

De afstand tussen een wand en het midden van de dichtstbijgelegen schuttersstandplaats, moet minimaal 0,40 cm zijn.

De draai-inrichting moet zodanig zijn aangebracht, dat deze gemakkelijk vanuit de schietstand kan worden bediend.

 

Artikel 3.                    Houding.

a.      De schutter moet met beide voeten staan op het schietpunt-oppervlak of de bodembekleding

a.      Het onderlichaam mag steunen/leunen tegen de tafel of balie van het schietpunt.

b.      Het geweer moet vastgehouden worden met beide handen en worden geplaatst tegen de schouder of bovenarm nabij de schouder, wang en het gedeelte van de borstkas naast de rechter schouder.

c.      Anders gezegd: het geweer mag niet steunen op de jas of borstkas, buiten de rechter borstkas of het gebied van de rechter schouder.

d.      De linker bovenarm en elleboog mogen steunen op de borstkas of op de heup.

e.      Het geweer mag op geen enkel ander punt rusten of dit aanraken.

f.       Het gebruik van een schietriem is bij de staande houding verboden.

 

Bij linkshandige schutters, dienen in het bovenstaand artikel de begrippen “links” en “rechts” te worden omgedraaid.


 

Artikel 4.                    Deelname schutters/vijftal.

Er wordt geschoten door vijftallen, doch een vijftal mag uitkomen met 4 schutters als er door omstandigheden geen 5e schutter is [ dit geld voor alle vijftallen ] .

Voor aanvang van de wedstrijd wordt er geloot in het bijzijn van de tegen partij wie er tweemaal moet uitkomen.

Na het optellen van de totaalscore worden hier op 10 punten in mindering gebracht.

De uitkomst daarvan is de eindscore van het team.

Het gemiddelde van de schutter die 4 kaarten schiet is die dag de punten van de 4 kaarten gedeeld door 2.

 

Artikel 5.                    Uitkomen vijftal.

Elk vijftal komt in de competitie twee keer tegen elk team uit haar klasse uit en wel 1 keer op eigen baan en 1 keer op de baan van de tegenpartij, tenzij het competitierooster anders aangeeft.

 

Artikel 6.                    Samenstelling vijftal.

De samenstelling van de vijftallen zal niet steeds dezelfde behoeven te zijn. Een schutter mag niet vaker dan 5 maal in een hoger geplaatst vijftal als invaller worden opgesteld. Indien de schutter vaker wordt opgesteld, dan is teruggaan niet meer mogelijk.

 

Artikel 7.                    Vervanging schutter.

Een schutter mag de eerste twee competitiewedstrijden altijd worden vervangen door een schutter met een lager gemiddelde. Bij vervanging door een schutter met een hoger gemiddelde dient dit schriftelijk gemeld te worden bij inlevering  van het wedstrijdformulier, bij overtreding zie artikel 14.

 

Artikel 8.                    Uitwisselen schutters.

De twee laagste vijftallen per vereniging mogen hun schutters onbeperkt wisselen.

 

 

Artikel 9.                    Terugplaatsing schutter.

De eerste twee wedstrijden mag een schutter uit een hoger geplaatst vijftal niet worden teruggeplaatst naar een lager team, tenzij het bondsbestuur hiervoor schriftelijk toestemming geeft. Hierna zullen de tegenstanders van het betreffende team worden geïnformeerd.

 

Artikel 9a.

Een algemeen reserve mag onbeperkt invallen, mits men zich houdt aan het evt. getal wat achter de naam van de betreffende schutter staat. Er mag dan alleen in hetzelfde team of in een hoger team worden meegeschoten.

 

Artikel 10.                  Wedstrijddata.

De wedstrijden worden gehouden op zondag en beginnen om 10.30 uur v.m.

 

Artikel 11.                 Beschikbaarheid banen.

30 minuten voor aanvang van de wedstrijd moet de schietbaan gebruiksklaar zijn. De thuisclub kan proefschieten tot 10.15 uur, de bezoekers van 10.15 uur tot 10.30 uur.

 

Artikel 12.                 Aanwezigheid/tijdslimiet schutters.

Om 10.30 uur dienen 4 van de aan een wedstrijd deelnemende schutters van het vijftal aanwezig te zijn en de wedstrijd een aanvang te hebben genomen. Door elk lid van een vijftal wordt om beurten, te beginnen met de ontvangende vereniging, één kaart geschoten alvorens met de tweede helft te beginnen. Elke schutter schiet twee kaarten. De totaal toegestane tijdslimiet bedraagt maximaal 10 minuten per kaart per schutter. Mocht een schutter onverhoopt niet alle schoten binnen 10 minuten afgevuurd hebben, dan krijgt hij voor het schot dat zich nog in het wapen bevindt, nog 1 minuut tijd.

 

Artikel 13.                 Proefschoten na aanvang wedstrijd.

Aan een schutter kan na kennisgeving aan de tegenpartij nog proefschoten worden toegestaan, indien hij uiterlijk 1 uur na roostertijd aanwezig is.

 

Artikel 14.                 Onvolledig zijn vijftal, ongerechtigde schutter

Is één uur na de vastgestelde tijd een vijftal zonder gegronde redenen niet volledig, dan wordt het betreffende vijftal bestraft met het in mindering brengen van twee wedstrijdpunten en Euro 10, - boete, de tegenpartij wordt tot winnaar verklaard. Dezelfde straf wordt uitgedeeld indien een team met een ongerechtigde schutter deelneemt aan een competitiewedstrijd.


 

Artikel 15.                 Overmacht bij wedstrijd.

Indien door overmacht een wedstrijd te laat begint, mag naast elkaar worden geschoten onder het volgende reglement: De eerste schutter van de thuisclub schiet alleen, daarna de tweede schutter met daarnaast de eerste schutter van de bezoekers, dat gaat zo door tot de laatste schutter van het bezoekende vijftal alleen schiet. De kaarten worden gelijk opgezet en afgehaald. De reden van naast elkaar schieten vermelden op het wedstrijdformulier.

 

Artikel 16.                 Onwel worden schutter.

Indien een schutter onwel wordt en/of niet meer in staat is zelf verder te schieten, kan in overleg met de competitieleider of een dagelijks bestuurslid de wedstrijd opnieuw vastgesteld worden. De door de uitvaller reeds verschoten resultaten worden niet meegeteld. Alle beslissingen hieromtrent dienen in overleg tussen de 5-talleiders genomen worden.

 

Artikel 17.                 Verplaatsing wedstrijddag vóór vastgestelde datum.

Het is na overeenkomst door betrokken vijftallen toegestaan de complete wedstrijd op een andere dag te schieten, doch vóór de vastgestelde datum. Hiervoor is toestemming van de competitieleider noodzakelijk.

 

Artikel 18.                 Verplaatsing wedstrijddag ná vastgestelde datum.

In uiterste gevallen kan er ná de vastgestelde datum geschoten worden. Hiertoe moet een met reden omkleed verzoek, bij de competitieleider worden ingediend. Door het bondsbestuur zal, in overleg met de betrokken vijftallen

en de competitieleider, een nieuwe datum worden vastgesteld.

 

Artikel 19.                 Verstrekking wedstrijdbenodigdheden.

Het ontvangende vijftal zorgt voor wedstrijdblok, wapen, munitie en kaarten en al wat nodig is bij een wedstrijd. Er mag geschoten worden met eigen wapen en eigen munitie, mits deze voldoet aan art. 1a.

 

Artikel 20.                 Invullen wedstrijdformulier.

De telling geschiedt door één lid van het ontvangende team, welke op de hiervoor bestemde formulieren de naam van de vereniging, het vijftal, wedstrijdnummer, de datum, het stamnummer, de naam en de voorletters van de schutters, de punten van elk gelost schot, het totaal van elke serie per schutter en vijftal, alsmede het totaal der series van elk vijftal duidelijk en nauwkeurig invult, beide vijftalleiders tekenen voor akkoord. De teamleider is het aanspreekpunt van het team. Een invaller dient op het wedstrijdformulier te worden vermeld op de plaats van de uitvaller. Het bezoekende team ontvangt  na afloop een kopie van het wedstrijdformulier.

 

Artikel 21.                 Inleveren uitslagen.

Het wedstrijdenformulier moet op wedstrijddagen om 14.00 uur bij de competitieleider ingeleverd zijn. Bij te laat doorgeven van uitslagen is Euro 10, - boete verschuldigd.

 

Artikel 22.                 Toekennen wedstrijdpunten.

Voor een gewonnen wedstrijd worden twee wedstrijdpunten toegekend, bij gelijk aantal punten, elk vijftal één winstpunt.

 

Artikel 23.                 Klasse/afdelings winnaar/verliezer.

Het vijftal dat het hoogste of het laagste aantal wedstrijdpunten heeft is respectievelijk de klasse- of afdelingshoogste of -laagste en promoveert/degradeert naar een hogere/lagere klasse; tenzij het hoofdbestuur, in overleg met de competitieleider, anders beslist.

 

Artikel 24.                 Gelijk eindigen.

Bij eindigen met gelijk aantal wedstrijdpunten wordt op een neutrale baan met eigen wapen uitgemaakt wie klasse- of afdelingshoogste is. Bij gelijke stand, is het aantal geschoten 12-en doorslaggevend, daarna het aantal 11-en, etc.

Bij eindigen met gelijk aantal wedstrijdpunten is het teamgemiddelde doorslaggevend wie klasse- of afdelingslaagste is.

 

Artikel 25.                 Protest over wedstrijdschoten.

Een betwist schot moet door de protesterende vijftalleider worden afgetekend en apart worden gehouden, alvorens de volgende kaart geteld wordt. De betwiste kaart moet tegelijk met de wedstrijdformulieren in een envelop bij de competitieleider worden ingeleverd.

 

Artikel 26.                 Behandeling protestschot.

Een protest over de telling, zal behandeld worden door drie personen, gekozen uit de afgevaardigden, binnen een week aan te wijzen door de competitieleider. Zonodig zullen de vijftalleiders gehoord worden. Het protesterende vijftal dient een protest in zonder kosten, wordt het protest verloren dan betaald men de kosten, zijnde Euro 10, - per protest. Zie art. 32.

 

Artikel 27.                 Protest over wapen.

Bij protest over een wapen,  moet het wapen met de kaarten tegelijk met het wedstrijdformulier bij de competitieleider ingeleverd worden.

 

Artikel 28.                 Onderzoek protest over wedstrijdverloop.

Na gegronde klachten zal het bondsbestuur een onderzoek instellen, hierna uitspraak doen, hetzij voortzetten voorzover is afgesloten, of de wedstrijd ongeldig verklaren en opnieuw vaststellen.

 

Artikel 29.                 Onderzoeksrecht dagelijks- of bondsbestuur.

Bij een vermeende overtreding heeft het dagelijks- of bondsbestuur alsnog het recht om een onderzoek in te stellen, uitspraak te doen en alsnog boete en/of strafpunten te geven.

 

Artikel 30.                 Boetes.

Door aanpassingen in andere artikelen is deze komen te vervallen.

 

Artikel 31.                 Niet nakomen statuten/reglementen.

Mocht een vereniging nalatig blijven aan de in deze statuten en reglementen vastgestelde voorwaarden te voldoen, zal deze door het bondsbestuur een boete kunnen worden opgelegd van ten hoogste Euro 45, -.

 

 Artikel 32.                Betaling boetes.

Alle geldelijke boetes moeten na aanschrijving door de penningmeester binnen 2 weken per bank of bij de bondspenningmeester tegen  kwitantie zijn voldaan. Daarna wordt de boete met Euro 1, - per week verhoogd.

 

 Artikel 33.           Opgave opgelegd schieten

Opgave opgelegd schieten wordt alleen bij de opgave vóór het nieuwe seizoen aangevraagd, uiterlijk

twee weken voor aanvang  van het nieuwe seizoen. Het opgelegd schieten is alleen bedoeld voor oudere schutters met een gemiddelde van onder de 100. In principe kan niemand zich tijdens het seizoen opgeven als opgelegd schutter, tenzij er een duidelijke medische reden is. De betrokken vereniging is verantwoordelijk voor de juistheid van de aanvraag.

Het WSB-bestuur beslist uiteindelijk.

              

Artikel 33a        Zittend schieten

Dit mag een kruk of stoel [ rolstoel ] zijn , hebben deze armleuningen dan mag daar tijdens het schieten geen gebruik van worden gemaakt. Op de schietlocatie hoeven geen aanpassingen gemaakt te worden voor rolstoelen. Aanvraag zittend schieten uiterlijk twee weken voor aanvang van de competitie.

Dit ter beoordeling van het W.S.B. bestuur.

 

Artikel 34.            Aftrekregeling O.V. als er een opgelegd gemiddelde is.

Op basis van het algemeen gemiddelde in de desbetreffende klasse en het opgelegde gemiddelde van het afgelopen seizoen van de betrokken schutter, wordt bij elke wedstrijd een aantal punten afgetrokken. Deze aftrek staat in het schietboekje vermeld.

 

Artikel 35.          Aftrekregeling O.V. als er geen opgelegd gemiddelde is.  

Het bepalen van de handicap is afhankelijk van wanneer een schutter wordt aangemeld, voor aanvang van de competitie, in de loop van de 1e of in de loop van de 2e helft van de competitie.

Voor schutters die zich voor aanvang van de competitie hebben aangemeld om opgelegd te gaan schieten wordt na afloop van de 1e helft de aftrek bepaald o.b.v. de klasse waarin men schiet. De 2e helft van de competitie wordt dan geschoten met handicap oftewel aftrek. Schutters die om medische reden opgelegd willen gaan schieten dienen zich aan te melden voor aanvang van de 2e helft van de competitie, zodat men de 2e helft opgelegd kan schieten. De aftrek wordt aan het einde van de competitie bepaald en gaat de handicap in bij aanvang van het nieuwe seizoen na opnieuw te zijn aangemeld als opgelegd schutter.

Meldt men zich aan in de 2e helft van de competitie, dan kan men bij aanvang van het nieuwe seizoen opgelegd gaan schieten.

 

Artikel 36.         Duur van de ontheffing

In geval van een tijdelijke blessure dient het seizoen als opgelegd schutter afgemaakt te worden. De ontheffing en de aftrek worden niet tussentijds ingetrokken.

           aftrek worden niet tussentijds ingetrokken.